Artikel aan winkelwagentje toegevoegd.
Artikel is uit het winkelwagentje verwijderd.
Klant heeft iets aan het winkelwagentje toegevoegd.
U moet een klant selecteren voordat u producten kunt toevoegen.
U kunt slechts een beperkt aantal van dit artikel bestellen.
Menu

Met MasterKas spreken we mensen die richting geven aan de glastuinbouw van morgen. Voor deze editie gaan we in gesprek met Mirjam Boekestijn, CEO van Dutch Greenhouse Delta. Als dochter van een tuindersfamilie groeide ze op tussen de kassen. Vandaag de dag speelt ze een actieve rol in het versterken van de internationale positie van de Nederlandse tuinbouwsector. Vanuit Dutch Greenhouse Delta brengt ze bedrijven, kennis en netwerken samen om wereldwijd schaalbaar impact te maken met duurzame voedselproductie.

Mirjam spreekt met overtuiging over de kracht van de Nederlandse sector, maar ook over de druk die erop staat. Over voedselzekerheid, internationale samenwerking en het belang van innovatie. En over de vraag die daaronder ligt: hoe zorgen we dat Nederland ook in de toekomst relevant blijft?

Als je wereldwijd naar de tuinbouw kijkt: waar staan we nu volgens jou?

Mirjam: “Wat dit moment voor mij typeert, is dat er internationaal ontzettend veel aandacht is voor tuinbouw, maar dat de sector tegelijk ook onder druk staat. Geopolitiek speelt een grote rol, machtsblokken verschuiven, investeerders houden hun geld vaker in de zak en rentestanden zijn hoog. Tegelijk staat voedselzekerheid bij veel overheden juist heel hoog op de agenda. Dat maakt het een kansrijke, maar ook weerbarstige tijd. Juist in deze context wordt het verschil gemaakt door partijen die internationale groei gestructureerd en gezamenlijk aanpakken.”

“Je ziet wereldwijd nog steeds groei in de tuinbouw, maar wel heel verschillend per regio. In Noordwest-Europa en Noord-Amerika gaat het vooral om hightech kassen en gesloten systemen. In andere gebieden, zoals delen van Zuid-Europa, Noord-Afrika zie je juist veel groei in low- en midtech, in tunnels en plastic kassen. De glastuinbouw is er nog beperkt.”

“Wat ik ook zie, is dat technologie en innovatie nog steeds de drijvende kracht zijn. Dat is ook het mooie van deze sector: er is altijd een uitdaging, maar er is ook altijd de wil om daar weer een oplossing voor te vinden. Tegelijk moeten we wel realistisch zijn. De sector heeft het momenteel niet makkelijk. Waar vroeger de ene markt dipte en de andere juist goed draaide, zie je nu dat het wereldwijd op veel plekken ingewikkeld is. Amerika is onzeker, China wordt steeds complexer, de golfregio is politiek en economisch uitdagend. Dat maakt dat de sector echt onder druk staat.”

Mirjam Boekestijn, CEO Dutch Greenhouse Delta

Mirjam Boekestijn, CEO Dutch Greenhouse Delta

Nederland staat internationaal bekend als koploper in glastuinbouwtechnologie. Wat maakt dat Nederlandse model volgens jou zo sterk en waar moeten we juist alert op blijven?

Mirjam: “Onze kracht zit niet alleen in techniek. Juist de combinatie maakt Nederland sterk. Het gaat om techniek, kennis, teeltsystemen, businesscases, organisatie, logistiek, financiering, dat complete ecosysteem. Dat integrale verhaal is wat ons onderscheidt. We exporteren geen losse kassen, maar complete voedselproductiesystemen. Dat vraagt dat we internationaal niet als losse bedrijven opereren, maar als één ecosysteem.”

“En dat is ook precies wat Dutch Greenhouse Delta internationaal probeert te positioneren. Wat we daarin niet moeten onderschatten, is dat we massa nodig hebben om te kunnen blijven innoveren. Daar wordt in Nederland soms wat makkelijk over gedacht. Als we hier onvoldoende areaal en praktijk overhouden, dan raakt dat uiteindelijk ook onze innovatiekracht. Dan verliezen we de plek waar we technologie kunnen testen, verbeteren en verder ontwikkelen.”

“Tegelijk moeten we ook alert zijn. We moeten niet te veel met een oranje bril blijven kijken. We denken soms nog te veel vanuit wat wij hier goed vinden, terwijl de vraag in andere markten anders kan zijn. We moeten dus niet alleen vasthouden aan wat we zelf al kennen, maar ook beter leren lokaliseren: beter aansluiten op lokale omstandigheden, op andere klimaatzones, op andere klantvragen en op andere manieren van werken.”

“Daarnaast geldt ook: we hoeven niet alles alleen te doen. Andere landen ontwikkelen ook kennis en kracht. In India zit veel engineering talent, Japan loopt voorop in robotisering. We moeten dus niet te smal denken. Nederland heeft veel te bieden, maar zal ook slim moeten samenwerken om voorop te blijven.”

Veel van jullie projecten gaan over voedselzekerheid. Welke rol kan glastuinbouw volgens jou spelen in het voeden van een groeiende wereldbevolking?

Mirjam: “Ik denk dat glastuinbouw daarin een heel grote rol kan spelen. We hebben als sector echt iets in handen als het gaat om het efficiënter en duurzamer produceren van voedsel. Zeker als je kijkt naar klimaatverandering, waterschaarste en de groeiende vraag naar constante kwaliteit en voedselveiligheid, biedt bedekte teelt enorme kansen. Maar glastuinbouw op zichzelf is niet de volledige oplossing. Het hangt ook samen met andere sectoren waarin Nederland sterk is, zoals water, energie en logistiek. In veel landen is water een groot probleem. Of de logistieke keten is nog zwak ontwikkeld. Als je voedselzekerheid echt structureel wilt verbeteren, moet je breder kijken dan alleen de kas. Daarbij kijken we altijd naar het volledige systeem: van productie en technologie tot logistiek en financiering.”

“Wat je ook ziet, zeker in Afrika en delen van Azië, is dat de economie groeit, de middenklasse groeit en daarmee ook de vraag naar veilig, betrouwbaar voedsel van constante kwaliteit. Daar ligt een grote kans voor bedekte teelt. Alleen: die kansen komen niet zonder uitdagingen.”

“Je hebt in veel landen nog veel smallholders, weinig kennis van bedekte teelt, beperkte toegang tot financiering en afzetmarkten die nog onvoldoende ontwikkeld zijn. In sommige landen zijn de rentestanden voor dit soort projecten enorm hoog, alsof het om een risicoproject gaat. Daarnaast domineren in veel landen nog de traditionele markten, waardoor het lastig is om een stabiele businesscase op te bouwen voor producten uit bedekte teelt."

“Dus ja, de kansen zijn groot. Maar het vraagt tijd, kennis, samenwerking en investeringen om dat systeem goed op te bouwen.”

Dutch Greenhouse Delta werkt in verschillende continenten. Wat zijn de grootste verschillen die je ziet tussen projecten in Nederland en projecten elders in de wereld?

 Mirjam: “Het grootste verschil zit voor mij niet eens in de kas zelf. Als je in een kas in Japan staat die met Nederlandse technologie is gebouwd, dan ziet die er in de basis misschien niet eens zo anders uit. Het grote verschil zit veel meer in de context eromheen. In het buitenland heb je veel vaker te maken met overheden, grote investeerders of corporates, in plaats van met een teler of familiebedrijf dat zelf precies weet hoe alles werkt. Die klant verandert dus. Dat vraagt ook iets anders van Nederlandse bedrijven: meer samenwerking, andere vormen van organiseren en denken vanuit het totale systeem. In Nederland zijn we gewend om met telers te werken die de techniek begrijpen, die weten wat teelt is en die precies weten wat ze nodig hebben. In veel buitenlandse projecten willen klanten eigenlijk van A tot Z ontzorgd worden. Die willen niet per se een kas of een klimaatsysteem kopen. Die willen gewoon een goed, veilig en winstgevend product in het schap.”

“Dat vraagt iets anders van onze sector. Je moet veel meer integraal kunnen denken en veel meer vanuit de eindopgave redeneren. Daarnaast spelen cultuur en context een enorme rol. Hoe een bedrijf wordt geleid, hoe met personeel wordt omgegaan, hoe beslissingen genomen worden, dat verschilt per regio enorm.”

“Dat maakt het werk internationaal ook juist zo interessant. Je moet steeds opnieuw leren kijken: wat heeft deze markt nodig, wat past hier wel en wat juist niet?”

Als je tien jaar vooruitkijkt: hoe ziet het werk van een teler er dan uit? Wat verandert er het meest?

Mirjam: “Ik denk dat de teler van over tien jaar nog minder de klassieke teler is zoals we die vroeger kenden. Die ontwikkeling zie je nu al. Het gaat al lang niet meer alleen om iemand die met zijn voeten in de kas staat en vooral met het gewas bezig is. Het wordt steeds meer een professioneel georganiseerd bedrijf, waarin commercie, data, technologie en strategie een veel grotere rol spelen.”

“We gaan denk ik steeds verder richting autonome kassen en datagedreven teelt. Dat betekent niet dat de mens verdwijnt, maar wel dat de rol verandert. De teler wordt nog veel meer een ondernemer, een regisseur van processen, met teeltspecialisten en technische mensen om zich heen.”

“In Nederland zijn we daar al behoorlijk ver in. In andere landen zal dat tempo verschillen, maar ik denk wel dat je wereldwijd uiteindelijk dezelfde beweging gaat zien. Consolidatie zal daar ook doorgaan. Ik verwacht dat het op veel plekken lastig wordt om met heel kleine bedrijven structureel rendabel te blijven.”

“Wat ik hoop, is dat we over tien jaar niet alleen een sterkere sector hebben, maar ook een sector die weer met meer vertrouwen naar voren kijkt. We zitten nu al een tijd in wat mensen dan ‘de mindere jaren’ noemen. Ik hoop dat we daar uit komen en dat Nederland internationaal echt die sleutelrol kan pakken in de voedselzekerheidsvraag die voor ons ligt. En dat we dat doen als sector, samen, publiek en privaat, met meer zelfvertrouwen en meer waardering. Ook in eigen land. Internationale groei vraagt om regie en samenwerking, het gebeurt niet vanzelf.”

Meer weten over de beste klimaatoplossing voor uw teelt?

Loading…