MasterKas met Tino Rikkers
Met MasterKas openen we 2026 met een gesprek op hoofdlijnen. In deze rubriek laten we mensen aan het woord die richting geven aan de glastuinbouw van morgen. Voor deze eerste editie van het jaar spreken we met onze eigen Tino Rikkers, directeur van Svensson Nederland. In een sector die wereldwijd groeit, maar ook complexer wordt, deelt hij zijn visie op innovatie, samenwerking en de kracht van consistentie. En blikt hij vooruit: wanneer kunnen we wat hem betreft eind 2026 met vertrouwen terugkijken?
We trappen 2026 af met jou in MasterKas. Als je kijkt naar de sector vandaag: waar staan we nu als glastuinbouw en wat typeert dit moment volgens jou?
Tino: “Wat mij vooral opvalt, is de sterke wereldwijde expansie van de glastuinbouw. Die groei zie je in allerlei vormen terug. Van eenvoudige tunnel- en plastic kassen in warmere regio’s zoals Zuid-Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten, tot zeer hightech, gesloten kassystemen in Noordwest-Europa en Noord-Amerika. Dat contrast is groot, maar de rode draad is duidelijk: wereldwijd groeit glastuinbouw als onderdeel van de landbouw.”
“Technologie en innovatie zijn daarin echt de drijvende krachten. Overal zie je dat de sector zich uitdaagt om slimmer, efficiënter en robuuster te worden. Dat vind ik mooi aan deze sector: er is altijd een uitdaging, maar ook altijd de wil en creativiteit om daar een oplossing voor te vinden.”
“Tegelijkertijd zie je meer aandacht voor rentabiliteit. Er is optimisme en investeringsbereidheid, maar telers moeten ook scherp sturen op kosten en rendement. Die balans tussen groeien en gezond ondernemen wordt steeds belangrijker.”
Tino Rikkers
Svensson Nederland bestaat dit jaar 45 jaar. Wat is volgens jou de belangrijkste les uit die 45 jaar die vandaag nog steeds relevant is voor telers?
Tino: “De belangrijkste les is misschien wel dat vooruitgang zit in consistentie. Het optimale kasklimaat bereik je niet met één grote sprong, maar door elke dag kleine stappen te zetten. Stap voor stap het klimaat beter beheersen, beter begrijpen en beter benutten. Dat is wat Svensson al decennialang samen met telers doet. We staan naast de teler, spreken zijn taal en denken mee vanuit de praktijk. De wereld verandert, uitdagingen veranderen, maar dat principe blijft hetzelfde: begrijpen wat de teler nodig heeft en daar met kennis en oplossingen op inspelen.”
Welke keuzes maakt Svensson Nederland in 2026 als het gaat om focus: waar zeg je bewust ‘ja’ tegen en waar juist ‘nee’ tegen?
Tino: “We zeggen bewust ja tegen focus. De markt is groot, maar je kunt niet overal tegelijk het verschil maken. Dus kiezen we heel gericht voor die regio’s, teelten en segmenten waar onze kennis, producten en dienstverlening echt waarde toevoegen. Dat betekent ook dat we niet alles voor iedereen willen zijn. We kijken scherp: waar liggen de grootste uitdagingen voor telers en waar kunnen wij het meeste bijdragen? Dat vraagt soms ook om nee zeggen, zodat we onze capaciteit en investeringen gericht kunnen inzetten.”
Innovatie is een breed begrip. Wat versta jij onder échte innovatie in de kas en wanneer is iets meer hype dan vooruitgang?
Tino: “Echte innovatie helpt een teler om structureel beter te telen. Niet alleen slimmer, maar vooral stabieler, voorspelbaarder en robuuster. Het moet iets zijn dat blijft, dat elke dag waarde toevoegt. Een hype zie je vaak in extreme situaties werken, maar daarna verdwijnt het effect. Innovatie moet juist helpen om complexiteit te verminderen, niet vergroten. Uiteindelijk zoekt elke teler naar rust, grip en een stabiel kasklimaat. Alles wat daaraan bijdraagt, noem ik echte innovatie.”
De sector verandert snel: schaalvergroting, automatisering, data. Wat vraagt dat volgens jou van de samenwerking tussen teler, adviseur en leverancier?
Tino: “Dat vraagt om een fundamenteel andere manier van samenwerken. Minder ‘dozen schuiven’, meer co-creatie. We zijn geen losse schakels meer, maar ketenpartners met gedeelde verantwoordelijkheid. Als wij een scherm leveren, voelen wij ons ook verantwoordelijk voor het resultaat dat ermee wordt behaald. Dat betekent: meedenken over instellingen, integratie met klimaatcomputers, sensoren, ontvochtiging en alles wat bij het kasklimaat hoort. Alleen zo maak je van een product een oplossing.”
“Je wilt als partner in de top drie staan van mensen die een teler belt als hij echt een probleem heeft. Dán ben je geen leverancier meer, maar een echte sparringpartner.”
“En daar spelen installateurs een sleutelrol in. Zij zorgen ervoor dat techniek en praktijk écht samenkomen. We willen daarom altijd graag samen optrekken: met de teler, de installateurs, kassenbouwers en andere partners. Uiteindelijk draait het om één gezamenlijke ambitie: het kasklimaat beter maken en de teler helpen om succesvoller te telen.”
Je spreekt veel over kennis, samenwerking en groei. Welke rol spelen mensen daarin volgens jou, binnen Svensson én in de sector?
Tino: “Alles begint bij mensen. Producten zijn belangrijk, technologie is belangrijk, maar uiteindelijk maken mensen het verschil. De mensen in je team bepalen of je als organisatie echt waarde kunt toevoegen. Ik geloof heel sterk in het ontwikkelen van mensen, in zorgen dat mensen in hun kracht staan, energie halen uit hun werk en zich kunnen blijven ontwikkelen. Binnen Svensson stop ik daar bewust veel tijd in. Een sterk team met vertrouwen, vakmanschap en eigenaarschap is voor mij de basis. Want alleen dan kun je als organisatie ook echt een partner zijn voor telers. Dan kun je naast ze staan, meedenken, verantwoordelijkheid voelen voor het resultaat.”
“Dat geldt eigenlijk net zo goed voor de sector. De glastuinbouw wordt steeds complexer. Dat vraagt niet alleen om betere systemen, maar om betere samenwerking tussen mensen. Teler, adviseur, leverancier: het draait steeds meer om relaties, vertrouwen en gezamenlijke verantwoordelijkheid. Niet ‘ik lever iets aan jou’, maar: ‘wij bouwen samen aan een beter resultaat’.”
Tot slot: stel dat we hier eind 2026 opnieuw zitten. Wanneer zeg jij dan: dit was een goed jaar? Wat hoop je dan te zien, bij telers, in de sector en binnen Svensson?
Tino: “Ik zou tevreden zijn als telers aan het eind van 2026 meer grip ervaren. De sector kent veel onzekerheden: geopolitiek, energieprijzen, regelgeving, maar ook onzekerheid over opbrengst en kwaliteit. Niet alles kunnen we oplossen, maar we kunnen wel helpen om rust en voorspelbaarheid te brengen. Als innovaties, samenwerking en kennis ertoe bijdragen dat telers beter met die onzekerheden omgaan en vertrouwen hebben in hun keuzes, dan is dat winst. Een stabiel kasklimaat geeft rust. En rust geeft ruimte om vooruit te kijken.”
“Voor Svensson betekent dat ook: een sterk team dat goed in zijn rol zit, met energie en vertrouwen. Als we onze marktpositie vasthouden én stappen zetten in warmere klimaatregio’s, dan kijk ik met trots terug. Uiteindelijk draait het om mensen, samenwerking en samen vooruitgaan.”