Hannie Moors.jpg

MasterKas met Hannie Moors-Swinkels

Ze noemt zichzelf met een knipoog ‘de vrouw van de tuinder’. Maar wie Hannie Moors-Swinkels volgt op LinkedIn, weet dat die titel veel meer omvat. Samen met haar man runt ze Kwekerij Moors, een paprikabedrijf in Brabant. En daarnaast groeit ze steeds verder uit tot een uitgesproken ambassadeur van de Nederlandse glastuinbouw. Ze deelt wat goed gaat, maar durft ook te laten zien wanneer het tegenzit.

Dat bleek onlangs, toen haar openhartige verhaal op LinkedIn over een enorme luizenplaag veel losmaakte. Een deel van de oogst ging verloren, ondanks alle inspanningen om de plaag op een biologische en verantwoorde manier onder controle te krijgen. Voor Hannie illustreert het precies wat er ontbreekt in veel discussies over de glastuinbouw: nuance. In deze MasterKas spreken we haar over gewasbescherming, de kloof tussen kas en maatschappij en de toekomst van het tuinbouwbedrijf.

Je noemt jezelf ‘de vrouw van de tuinder’. Wat houdt die functie eigenlijk in? “Eigenlijk alles”, lacht Hannie.

“Ik was ooit bezig met een bericht en dacht: wat zet ik hier nu eigenlijk onder? Ik ben directeur, aandeelhouder, CFO, HR-medewerker, telefoniste, beleidsmedewerker, strateeg, vertrouwenspersoon en koffievrouw. Dat werd een beetje lang. Toen dacht ik: ‘de vrouw van de tuinder’ dekt het eigenlijk allemaal.”

– Hannie Moors

Dat anderen vinden dat ze zichzelf daarmee misschien tekortdoet, ziet Hannie anders. “Ik vind het juist een mooie, allesomvattende titel. Iedereen heeft er meteen een beeld bij. Binnen een familiebedrijf pak je nu eenmaal heel veel verschillende rollen op.”

Je bent daarnaast behoorlijk zichtbaar op LinkedIn. Waarom vind je het belangrijk om je verhaal te delen?

Hannie: “Ik vertel graag persoonlijke verhalen vanuit mijn rol binnen ons bedrijf. Dat doe ik inmiddels al zo'n tien jaar. Ik ben daarbij eigenlijk helemaal niet bezig met bereik of statistieken. Natuurlijk denk ik na over wat ik schrijf en weet ik wat ik wil zeggen, maar een groot bereik is voor mij geen doel op zich.”

Dat betekent niet dat publiceren haar gemakkelijk afgaat. “Bijna iedere post vind ik spannend. Er komen soms veel reacties en mijn huid is echt niet zo dik als mensen misschien denken. Toch denk ik af en toe: iemand moet dit verhaal vertellen. Dan moet ik het misschien maar doen.”

Dat gebeurde ook met je verhaal over de luizenplaag. Waarom wilde je juist dát delen?

Hannie: “Omdat ik dacht: als ik dit niet vertel, wie doet het dan? Tegelijkertijd vond ik het ontzettend spannend en kwetsbaar. De impact op ons bedrijf was gigantisch. We hebben de teelt uiteindelijk kunnen redden, maar we zijn naar schatting een derde tot de helft van de kilo's misgelopen.”

Hannie wachtte bewust tot de ergste crisis voorbij was. “Ik wilde het pas delen toen we weer grip op de situatie hadden en wisten hoe groot de schade was. Midden in zo'n crisis moet je eerst met je bedrijf bezig zijn. Maar daarna vond ik dat dit verhaal óók verteld moest worden.”

Je schreef daarbij: dit hoort óók bij de discussie over gewasbeschermingsmiddelen. Wat ontbreekt er volgens jou in die discussie?

Hannie: “De nuance. Het wordt heel snel een discussie van voor of tegen. Natuurlijk moeten we als sector heel bewust omgaan met gewasbeschermingsmiddelen. Dat doen we ook. Er is geen teler die voor zijn plezier middelen gebruikt.”

Maar de consequenties van steeds minder beschikbare oplossingen verdienen volgens haar eveneens aandacht. “Als een plaag uit de hand loopt, een oogst verloren gaat en je product vervolgens moet weggooien, hoort dat óók bij de duurzaamheidsdiscussie. Wat betekent het voor de toekomst van de teelt als plagen groter worden en de mogelijkheden om in te grijpen kleiner? Soms kan gericht en verantwoord ingrijpen juist nodig zijn om een teelt te redden.”

Is die nuance ook wat je mist in het beeld dat de maatschappij van de glastuinbouw heeft?

Hannie: “Absoluut. De grootste kloof is volgens mij de polarisatie. Als mensen in de media vooral beelden zien van slechte huisvesting van arbeidsmigranten of van telers die met gewasbeschermingsmiddelen werken, hoe moeten zij dan weten hoe het er in een modern glastuinbouwbedrijf werkelijk aan toegaat?”

Juist daarom vindt Hannie dat de sector zelf meer moet laten zien. “Niet om te zeggen dat alles perfect is, maar om óók een ander, reëel beeld neer te zetten. Hoe meer we vertellen over wat we doen, hoe beter de maatschappij zelf een beeld kan vormen.”

Moeten telers zich dan ook kwetsbaarder opstellen?

Hannie: “Of iedereen zich kwetsbaarder moet opstellen, weet ik niet. Kwetsbaarheid kan ook tegen je worden gebruikt. Maar ik vind wel dat we opener mogen zijn. We doen ontzettend veel goed en dat mogen we veel meer laten zien. Daar mogen we trots op zijn.”

Daarbij wil Hannie vooral wegblijven van zwart-witbeelden. Ook rondom biologisch en gangbaar ziet ze veel misverstanden. “Iedere teler moet doen wat bij zijn bedrijf past en iedere consument moet kunnen kiezen waar hij zich goed bij voelt. Maar dan moet die keuze wel gebaseerd zijn op een goed beeld van hoe er daadwerkelijk wordt geteeld. Alles wat wij daar als sector over vertellen, helpt.”

Technologie, automatisering, strengere regelgeving, minder middelen, personeelstekorten en steeds hogere maatschappelijke verwachtingen: het vak van teler verandert snel. Wat vraagt dat volgens jou van de ondernemer van morgen? En wat is de impact op jouw rol als ‘vrouw van de tuinder’?

Hannie: “Flexibiliteit, veerkracht en weerbaarheid worden steeds belangrijker. Daar heeft onze sector zich trouwens al vaak genoeg in bewezen. Er komt ontzettend veel op ondernemers af en je moet je continu kunnen aanpassen.”

 Ook de organisatie van bedrijven verandert volgens Hannie. “Het traditionele gezinsbedrijf waarin een paar mensen samen vrijwel alles doen, wordt steeds minder realistisch. Het vak wordt complexer en vraagt om steeds meer specialistische kennis. Dat betekent dat je als ondernemer ook beter moet weten wanneer je zelf aan zet bent en wanneer je anderen nodig hebt. Dat biedt ook kansen, want je kunt je focussen op wat je leuk en belangrijk vindt. Zo hebben we dit jaar een grote stap gezet door de toetreding van een extern directielid, Sander Berkers. Een goede stap voor het bedrijf, maar ook voor ons privé. Zodat ik geen zeven dagen in de week ‘de vrouw van de tuinder’ ben"

Tot slot, maak de volgende zin af: De Nederlandse glastuinbouw verdient meer…

Hannie: “…trots en minder bescheidenheid.”

 “Dat betekent niet dat de sector alleen succesverhalen moet vertellen. Juist door te laten zien wat er werkelijk gebeurt (wat goed gaat én waar het schuurt) ontstaat een eerlijker beeld. Telers zijn uiteindelijk ook gewoon mensen. We zijn ons steeds bewuster van klimaatverandering en van de noodzaak om duurzamer te werken. Alleen doen wij dat op grote schaal. Daar mogen we best wat trotser op zijn en vaker over vertellen.” 

Geïnspireerd door dit gesprek?

Laat je inspireren door meer inzichten van visionairs uit de tuinbouw

CS2026 Rene NL.jfif

26 mei 2026 | Sectornieuws

In gesprek met... René Beerkens

In de glastuinbouw is data overal. Sensoren meten meer dan ooit, klimaatcomputers worden slimmer en systemen nemen steeds meer routinewerk over. Maar daarmee wordt telen niet vanzelf eenvoudiger. Sterker nog: volgens René Beerkens vraagt deze tijd juist om méér plantbegrip, scherpere keuzes en betere samenwerking.

Schermafbeelding 2026-04-29 110052.png

29 apr 2026 | Sectornieuws

MasterKas met... Marck Hagen

In de vorige editie van MasterKas sprak Mirjam Boekestijn van Dutch Greenhouse Delta over de toekomst van de glastuinbouw. Eén van haar belangrijkste observaties: samenwerking is geen keuze meer, maar een voorwaarde. En daarmee raakt ze een gevoelige snaar: de noodzaak van consolidatie en samenwerking in de sector. Maar wat betekent dat concreet?

CS2026 Bouke Arends NL.jpg

15 dec 2025 | Project

Masterkas met... burgemeester Bouke Arends

Met dit interview sluiten we de MasterKas-rubriek van 2025 af. Een jaar waarin we toonaangevende leiders, ondernemers en experts uit de glastuinbouwsector vroegen naar hun visie op de toekomst van de kas, de sector en de samenwerking daarbinnen.