
02 mrt 2023 | Inzichten
In gesprek met... Puck van Holsteijn
Puck van Holsteijn, directeur van World Horti Center, deelt haar visie op innovatie, samenwerking en het aantrekken van jong talent

Als eindverantwoordelijke van een coöperatie van 72 telers met samen een areaal van meer dan 1.100 hectare, kun je Jelte van Kammen zonder twijfelen de titel ‘prestigieus figuur in de glastuinbouw’ geven. Al ziet hij zichzelf liever als een aanjager, aanpakker en verbinder. Net als Harvest House overigens. Echte doeners, dat is wat de telers van Harvest House kenmerkt. We zijn benieuwd naar de kijk van Jelte op een aantal interessante vraagstukken in de glastuinbouw. Lees je mee?
De eerste vraag komt van Puck van Holsteijn (WHC), met wie wij de vorige keer in gesprek gingen: “Heel graag zou ik nog meer telers in WHC willen ontmoeten om van en met elkaar te leren. Wat moeten wij als WHC organiseren om meer telers in het clubhuis te krijgen?”
Jelte: “Een lastige vraag, vind ik. Het antwoord is dan ook niet eenvoudig. Ik snap Puck goed dat ze ook de bron, de telers, graag in het WHC wil hebben. Maar ik denk dat telers daar niet altijd de noodzaak van inzien. Vooral omdat ze leveranciers zelf goed weten te vinden. Dat lijntje is kort. Teler en leverancier schakelen vaak één op één met elkaar. En als je het hebt over kennisdelen en inspiratie opdoen, dan is het aanbod ongelooflijk groot van events en bijeenkomsten. Daar hebben telers simpelweg niet altijd tijd voor.”
“Het zit ‘m dus niet zozeer in het aanbod van het WHC, maar in de prioriteiten van de telers. Ze zijn druk en voelen de noodzaak niet, omdat ze hun eigen weg al vinden in bijvoorbeeld het high tech cluster glastuinbouw. Dat zie je ook bij de GreenTech. De telers die de beurs bezoeken vliegen snel over de beursvloer heen om wat handen te schudden en gaan weer naar huis. Informatie over nieuwe innovaties halen ze zelf wel op bij hun leveranciers. Ik denk ook dat we dit als een compliment moeten zien aan ons high tech cluster glastuinbouw, dat partijen elkaar goed weten te vinden.”
Jelte: “Sowieso zie ik een ontwikkeling dat het high tech cluster glastuinbouw elkaar de laatste twee tot drie jaar beter weet te vinden. Er is echt een verbetering en versnelling gekomen in het duurzaam produceren van voedsel. Je ziet over de hele wereld projecten ontstaan waar de expertise en het vakmanschap van het hele cluster bij elkaar komt.”
“Daarnaast zijn er nog twee grote uitdagingen in de wereldwijde duurzame voedselvoorziening: CO2-uitstoot en synthetische gewasbescherming. Ook daarin zie ik wel verbetering en vernieuwing. Er zijn allerlei innovaties gaande. Als we daar het juiste spoor weten te vinden, dan gaat het hard. Ik heb er alle vertrouwen in dat we dat spoor gaan vinden met elkaar. Er is zo veel kennis in het hele cluster, als we die weten te bundelen en stoppen met de kaarten tegen de borst te houden, dan zijn we hard op weg om die sleutelrol met de glastuinbouwsector te vervullen.”
“Essentieel is wel dat we kennis naar de praktijk blijven brengen. Want het is ontzettend zonde als we de oplossing voor duurzame voedselvoorziening in handen hebben in een klein lab en dat pas over vijf tot tien jaar in de praktijk brengen.”
Jelte: “Ik zie steeds meer telers van Harvest House oriënteren in het buitenland om uit te breiden. Denk aan Tunesië, Marokko, Frankrijk, Portugal en zelfs in Zweden sinds kort. Dat is soms best complex, want we onderschatten weleens hoe goed de Nederlandse infrastructuur is. Daar kom je achter als je in het buitenland bent. Anderzijds worden telers in Nederland vaak beperkt. Helaas stimuleert de wet- en regelgeving ondernemers niet altijd om hun vleugels uit te slaan.”
“Ik hoorde laatst over aan initiatief van Greenports Nederland, om alle glastuinbouwclusters in Nederland in beeld te brengen en de toekomstbestendigheid te toetsen. Waar ligt potentie? Waar moeten stappen worden gezet? Welke clusters kunnen samengevoegd worden? Maar ook: welke clusters zullen over tien jaar niet meer bestaan? Een goed en slim initiatief, vind ik. Zo schetsen we een realistisch beeld van de potentie en toekomst van de glastuinbouw in Nederland.”
“Kortom, Harvest House blijft zeker actief in Nederland, maar ik zie niet gigantisch veel ruimte om uit te breiden. Het zit ‘m vooral in het vernieuwen en moderniseren van bestaande bedrijven. Ondertussen zal de groei van nieuwe locaties in het buitenland zeker doorgaan.”
Jelte: “Dat zijn denk twee trends. De eerste is natuurlijk duurzaamheid. De retail en consument stelt steeds meer eisen aan het product. Hoe is het geteeld, hoeveel energie is ermee gemoeid, hoe zit het met gewasbeschermingsmiddelen, verpakking, arbeid, etc. De tweede trend is dat de hele keten steeds beter inziet dat we stabielere logistieke ketens met elkaar moeten creëren. Je kan niet meer kriskras met 80 leveranciers van stoel naar stoel dansen. Wat je denkt op de inkoop te verdienen met retail, verlies je met logistiek. Dat kan anders. Maar dat is typisch iets wat je niet alleen bereikt. Een stabiele logistieke keten creëer je met elkaar. Kunstmatige intelligentie (AI) speelt daar een grote rol in. Als we het aanbod en de vraag beter kunnen voorspellen, dan kun je de keten beter inrichten. Efficiënter. Het resultaat is een stabieler verdienmodel voor alle betrokken partijen.”
Jelte: “Gaan we het halen, is ook de vraag die wij ons als FVO (Federatie Vruchtgroenteorganisaties) stellen en waar we onderzoek naar doen. Samen met de directeuren van vier andere telersverenigingen runnen we deze organisatie. Is het tempo van verduurzamen hoog genoeg, wat zijn de mogelijkheden, welke technologie hebben we nodig? Dat brengen we met elkaar beeld. Daar zijn een aantal aandachtspunten uit gekomen. Eén daarvan is waterstof. Dat heeft heel veel potentie. De Gasunie is bezig om een ring in Nederland aan te leggen, als infrastructuur voor waterstof. De vraag is hoe we op dat netwerk komen. Daarvoor zijn al goede initiatieven bedacht. Als we dat slim met elkaar aanpakken zie ik veel potentie voor waterstof als vervanging voor aardgas.”
Geïnspireerd door dit gesprek?