Gepubliceerd 2-8-2016

Svensson - Bedrijf in beeld

Svensson werd in 1887 in Zweden opgericht en groeide door de jaren heen uit tot een toonaangevende textielproducent. Met hoogwaardige klimaatschermen ontwikkelde Svensson zich bovendien tot wereldwijd marktleider binnen de internationale tuinbouw. Dit jaar viert Svensson Nederland haar 35-jarige bestaan.

Maarten.jpg

Directeur Maarten Oostenbrink vertelt over visie, ambitie en samenwerking. “Wij zijn er trots op om voorloper te zijn binnen de sector.”

De eerste dochteronderneming van het Zweedse Svensson werd in 1981 in Nederland opgericht onder leiding van Cees den Boer. Het bedrijf was vanaf de start succesvol binnen de glastuinbouw. Toen de energieprijzen met 150 procent de lucht in schoten, realiseerde Den Boer zich dat er behoefte was aan een product dat doorslaggevend zou zijn voor de kosten van de glastuinbouw. Het was een probleem dat zich niet alleen in Nederland voordeed, maar ook in België, Frankrijk, Italië, Spanje, Duitsland en Groot-Brittannië. De uitdaging voor Svensson bestond uit het creëren van een optimaal product dat ’s nachts warmte vasthoudt en overdag het teveel aan ontstane warmte afvoert. De oplossing was een combinatie van folie en textiel; een gebreid textiel met aluminium stroken en een transparante folie, dat de benodigde hoeveelheid licht doorlaat en ’s nachts de warmte vasthoudt. Het energiescherm is vochtdoorlatend en de capillaire eigenschappen van de textielvezels voorkomen dat condens omlaag druppelt en het gewas beschadigt. Het bleek echter niet mogelijk de schermen op de bestaande machines te maken, zodat werd begonnen met het aanpassen van de breimachines.

Het nieuwe, gebreide scherm werd enthousiast ontvangen binnen de tuinbouw, vooral toen men zich realiseerde dat het niet alleen het gewas ten goede kwam, maar ook tot aanzienlijke energiebesparingen leidde. Het energiescherm reduceert stralings-, convectie- en condensatieverliezen op efficiënte wijze en maakt besparingen van 40 tot 60 procent mogelijk. Svensson vroeg patent aan op het energiescherm en kreeg dit in 1983. Er bleek echter onvoldoende machinecapaciteit beschikbaar om de nieuwe energieschermen te maken en te verwerken. De oplossing was het aanpassen van meerdere breimachines en het bouwen van nieuwe afwerkmachines. Het succes bracht Svensson er al een jaar na het verkrijgen van het patent toe om de Japanse markt te verkennen. De Verenigde Staten, Zuid-Korea en uiteindelijk China volgden snel. 

Connected Screening
Het succes van de schermdoeken heeft gerealiseerd in een wereldwijde afzet en productie en zo’n honderd verschillende kwaliteiten die aan de verschillende klimaten zijn aangepast. Zo’n 99,5 procent van de schermdoeken wordt geëxporteerd en de grootste afzetmarkt is Nederland. Verder heeft Svensson een uitgebreid netwerk van professionele partners, installateurs en kassenbouwers, in alle grote tuinbouwmarkten. Met deze partners worden wereldwijd tuinbouwprojecten gerealiseerd, voor telers die hun klimaat willen verbeteren. En de samenwerking met andere partijen gaat steeds verder, geeft de huidige directeur Maarten Oostenbrink van Svensson Nederland aan. Hij wijst daarbij op Connected Screening. Deze innovatie werd onlangs gelanceerd door Svensson én Hoogendoorn. “Connected Screening is een softwaremodule die werkt op de Hoogendoorn iSii procescomputer en de karakteristieken van de schermdoeken van Svensson kan integreren in de klimaatregeling.  Hierdoor kan het scherm in de praktijk langer dicht blijven, zoals de bedoeling is bij Het Nieuwe Telen”, licht Oostenbrink toe. “Onze strategie voor de lange termijn is dat wij niet alleen doeken willen leveren, maar dat wij willen uitgroeien tot solution provider voor de internationale tuinbouw. We beschikken over een groot assortiment klimaatdoeken voor elke situatie. Feitelijk kunnen wij met onze materialen in elke kas ter wereld het gewenste klimaat verzorgen. Maar om ervoor te zorgen dat de teler ook het uiterste uit onze producten weet te halen, willen we nog nauwer samenwerken met andere specialisten. Want door kennis en ervaring te bundelen, kunnen we de teler gezamenlijk nóg beter van dienst zijn. De samenwerking die wij met Hoogendoorn zijn aangegaan rondom Connected Screening is daar een succesvol voorbeeld van.”

Oostenbrink heeft van oorsprong geen tuinbouwachtergrond. Hij bekleedde onder meer functies bij Hunter Douglas en aardappelverwerker Aviko. “Svensson zocht bewust naar iemand van buiten om te helpen het bedrijf verder te innoveren. Jarenlang was Svensson primair een productiebedrijf, nu is het zaak de organisatie klaar te maken voor een nieuwe generatie. Met mijn ervaring in andere sectoren kan ik daar aan bijdragen.” Oostenbrink geeft aan dat Svensson als echt familiebedrijf altijd de focus op de lange termijn heeft. “We denken altijd in generaties en vinden het als bedrijf belangrijk om een waardevolle bijdrage aan de toekomst te leveren. De teler van morgen wil nóg efficiënter kunnen werken dan hij nu al doet. Wij zien het als onze missie om die telers aan dat optimale rendement te helpen en dus moeten wij als bedrijf met onze klanten en hun behoeften meegroeien.” Oostenbrink voelt zich goed binnen het familiebedrijf, waar de mensen volgens hem de constante factor vormen. “Sommigen werken al 30 of 35 jaar voor het bedrijf. Bij die mensen zit zoveel kennis waar wij op kunnen bouwen. En doordat je niet de adem van aandeelhouders in je nek voelt, kun je als familiebedrijf ook snel en doelbewust innoveren. Wij zien het mede als onze verantwoordelijkheid om de internationale tuinbouwsector naar een hoger niveau te blijven tillen. Zoals ook bedrijven in andere disciplines het voortouw durven nemen. Dat maakt ons een voorloper binnen de sector en daar zijn wij trots op.”  

Dutch-Office.jpg

In gesprek met de sector
In de 35 jaar dat Svensson Nederland actief is, heeft het bedrijf volgens Oostenbrink ook altijd nauw samengewerkt met telers. “Veel ideeën komen oorspronkelijk bij telers vandaan en worden in gezamenlijkheid met hen opgepakt en uitgewerkt. Door in gesprek te blijven met de sector, weet je als organisatie voortdurend wat er speelt, tegen welke problemen men aanloopt en wat de behoeften zijn. En daar kun je vervolgens op inspelen met nieuwe producten en toepassingen. Zoals bijvoorbeeld is gebeurd met de introductie van ons New Harmony-scherm, waar vijf jaar aan is gewerkt.” 

Volgens Oostenbrink is kennisdeling en advisering onmisbaar voor telers. “Je hebt kennis en informatie nodig om te kunnen groeien. Zonder kennis geen rendement. Daarom hebben wij ook een groot aantal adviseurs die de bedrijven bezoeken en het gesprek aangaan. Uiteindelijk bepaalt een teler natuurlijk zelf in wie hij het meeste vertrouwen heeft en hoeveel waarde hij aan ons advies hecht. Maar op basis van onze jarenlange ervaring binnen de tuinbouw, durf ik wel te stellen dat Svensson een imago van degelijkheid en betrouwbaarheid heeft opgebouwd. Waardoor men ons veelal ook ziet als de solution provider die wij graag willen zijn.” Daarbij benadrukt Oostenbrink nogmaals het belang voor Svensson van samenwerking met andere toeleveranciers binnen de tuinbouw. “Zoals we met Hoogendoorn samenwerken, hebben we ook goede relaties opgebouwd met bijvoorbeeld Wageningen UR, TNO en ga zo maar door. Door elkaar te versterken, kun je de teler beter helpen, maar kun je ook individueel groeien. Want ook na 35 jaar willen we onszelf en onze producten blijven verbeteren, maar we realiseren ons heel goed dat we dat niet alleen kunnen.” 

Op de hoogte blijven